CAN-Studio
"... een kale houten vloer, comfortabele sofa’s, gedempt licht en hoge plafonds: een ruimte zonder tijd, een ruimte om elkaar te ontmoeten, om muziek te maken. Omdat het mooi is. ..." Hans Nieswandt, DJ en lid van Whirlpool Productions.
Geheel naar het origineel werd de CAN-Studio in de vroegere bioscoopzaal in Weilerswist afgebroken en in het rock’n’popmuseum in Gronau weer opgebouwd. Sinds 2007 heeft de studio van de legendarische band daar zijn definitieve plaats gevonden.
Wie niet zelf al eens als musicus studiolucht heeft geroken, die kan in de CAN-Studio een blik achter de coulissen werpen – achter de coulissen van een heel bijzondere opnamestudio, die voor de Band CAN uit Keulen niet alleen maar oefen- en opnameruimte was, maar die zij bijna als een woonkamer zagen.
De typische scheiding tussen de regieruimte en de musici is niet aanwezig. En zo ontstond voor de CAN-muziek de zo kenmerkende directe communicatie tussen musici en technici. Niet alleen het “custom-made” 56-kanaals mengpaneel van Michael Zähl, het Hammondorgel en de talrijke instrumenten uit de hele wereld, geven een indruk van het werk in de studio. De sofahoek, tijdschriften, wanddecoraties en "relikwieën" uit late 1970-er jaren verhalen over de band en laten de geest ervan in het rock’n’popmuseum voortleven.
De band CAN
De Band CAN uit Keulen stelde maatstaven op en beïnvloedde vanaf 1969 tot op heden generaties van musici van alle stijlrichtingen – zowel op het podium, als ook in hun legendarische studio. Nu heeft deze sinds 1978 door de bekende producent en studiotechnicus René Tinner beheerde oefen- en opnameruimte in het rock'n'popmuseum een ereplaats gevonden.
Aan het einde van de 1960-er jaren stelde de Band CAN in de wijze van musiceren, de soort van het samenspelen, als ook t.a.v. de productiemethode maatstaven op, die een bijzondere ambiance noodzakelijk maakten. De invloed van CAN op latere generaties van musici wordt soms met de betekenis van Velvet Underground vergeleken. Al in 1977 noemde Sex Pistols Frontmann John Lydon, CAN voor zijn muziek “veel betekenend”, hij had zelfs als zanger bij hen gesolliciteerd. Tot op heden voelen o.a. David Bowie, Brian Eno, Ultravox, Joy Division, The Orb, Aphex Twin en Stereolab zich verbonden met, en beïnvloed door de Band uit Keulen. Voor Sonic Youth betekende CAN zelfs het initiatief voor hun toekomst. Aan het einde van de jaren tachtig inspireerde CAN de “Manchester-Rave” met iconen zoals Happy Mondays en The Stone Roses. CAN muziektitels werden door veel kunstenaars gecoverd en gesamplet.
De studio
Vanaf 1969 oefende CAN eerst in slot Nörvenich en vanaf eind 1971 in een vroegere bioscoopzaal in Weilerswist bij Keulen. De toen nog geheel analoge studio droeg met zijn onvergelijkbare sfeer tot het unieke karakter van de muziek van CAN bij. De eerste opname in de "Inner Spice Studio" was de soundtrack bij “Das Esser” van Francis Durbridge. De Band schiep met de studio een werk- en levensruimte, die zij met speciaal daarvoor vormgegeven wandbekleding en een sofahoek tot een inspirerende omgeving vormde. 1500 zeegrasmatrassen zorgden ervoor, dat de buren rustig konden slapen. De bij andere bands gebruikelijke afgescheiden regieruimte ontbrak. De ruimte, techniek, instrumenten en musici werden tot een eenheid, de ruimte zelf werd tot het instrument. Daar de technicus nu tot een onderdeel van het compositie-gebeuren was geworden, werd spontaner gespeeld en spectaculaire Sessies op band gedocumenteerd. Na Czukay nam – op voorstel van de Keulse Producent Conny Plank († 1987) – de vroegere CAN-roadie René Tinner in 1973 de rol van Czukay over en leidde de "Inner Space Studio" vanaf 1978 onder de naam "CAN- Studio" verder. Van 1971 t/m 1978 ontstonden in Weilerswist acht regulaire studioalbums van CAN. Na de opheffing in 1978 produceerde de Band in 1986 in de "Outer Space Studio" van Michael Karoli in Zuid-Frankrijk een nieuw album. Weliswaar gingen de musici nu musikalisch hun eigen wegen, realiseerden echter regelmatig hun projecten in Weilerswist. In de loop der jaren werd de studio technisch vergroot, zodat er naast analoge, ook digitale opnames mogelijk waren. Het “hart” van de studio blijft het “custom-made” 56-kanaals mengpaneel van Michael Zähl, dat begin van de jaren tachtig naar het voorbeeld van de MCI-500 console ontstond. Talrijke gerenommeerde kunstenaars van allerhande couleur heeft René Thinner intussen in de Dansstudio geproduceerd, o.a. Marius Müller-Westernhagen, Element Of Crime, Joachim Witt, Floyd George, Julian Dawson en Fury in the Slaughterhouse.
Ook nu is de CAN-Studio geheel gebruiksklaar en staat voor opnames ter beschikking. Wanneer u belangstelling heeft, kunt u zich melden bij Andreas Grotenhoff (
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, www.audial.de).
De ruimten
Inrichting en sfeer van de Inner Space Studios hebben bijna dertig jaren praktisch onveranderd doorstaan. Dat die studio in het rock'n'popmuseum een nieuw tehuis heeft gevonden, komt de aanspraak van een “levend museum” na. Hier is alles zo detailgetrouw opgebouwd, dat men zou kunnen denken, dat de musici de studio alleen maar om even een sigaret te roken hebben verlaten. Dit is ongetwijfeld een bedevaartsoord voor de door CAN geïnspireerde generaties van musici – maar ook, daar de studio geheel gebruiksklaar is, een ideale gelegenheid om enthousiast muziek te maken en te produceren. Workshops in samenwerking met universiteiten en hogescholen helpen niet alleen om deze culturele erfenis te conserveren, maar maken het, tot dat, wat het altijd al was: een inspirerende plaats voor creatieve communicatie, een plek, die door zijn sfeer ongetwijfeld een aanzienlijke bijdrage aan de opwindende magie van de muziek van CAN heeft geleverd.





Werde ein Fan bei Facebook!